Radiofrequente ablatio of VNUS
Bij een radiofrequente ablatio of VNUS procedure wordt de spatader langs de binnenzijde behandeld met warmtestraling waardoor de ader gaat verschrompelen en verteren.
Bij deze behandeling wordt de V. Saphena Magna of Parva aangeprikt waarna er een catheter opgevoerd wordt tot in de lies of knieholte. Het is de bedoeling om enkel de V. Saphena Magna of Parva te behandelen hiermee, en dus niet de zijtakken of zichtbare knobbeltjes. Deze knobbeltjes worden meestal met aanvullende flebectomiën (zie klassieke behandeling) behandeld.
Verdoving
De behandeling start met een vorm van verdoving: meestal verkiezen we een plaatselijke verdoving met een ruggenprik. Gezien de routine van deze ingreep met een ruggenprik, komen de anesthesist en chirurg overeen hoe lang de ingreep zal duren, waarna een gepast product voor de ruggenprik gekozen wordt. Hierdoor slapen uw benen niet nog uren na de ingreep, maar eerder een half uurtje. Het voordeel hiervan is dat u sneller naar huis kan en niet misselijk bent van een algemene narcose. Indien u toch een algemene narcose wenst, kan dit uiteraard ook. Een volledige locale verdoving wordt afgeraden, dit gezien we met de radiofrequente ablatio koud fysiologisch vocht met locale verdoving rond de ader zullen spuiten tijdens de ingreep. Hiervoor zijn klassiek een 10 tal prikken nodig in het been. Ook dienen eventuele aanvullende flebectomiën (zie klassieke behandeling) gedaan te worden met een klein prikgaatje.
Wees gerust, u zal niets zien van de ingreep, we zorgen steeds dat er een laken ligt waardoor u uw eigen benen niet kan zien tijdens de ingreep. Dit zowel voor de steriliteit, als voor eventuele angst.
De behandeling zelf
Eens de verdoving ingewerkt is wordt uw been ontsmet en afgedekt. Hierdoor kan uw behandeling uitgevoerd worden met het minst risico op infectie. Als uw been volledig afgedekt is starten we met een nieuwe echografie om de precieze plaats van de spataders te bepalen. Eens dit verricht is, wordt de zieke V. Saphena Magna of Parva aangeprikt en wordt er een buisje in uw ader geplaatst waardoor de radiofrequente VNUS catheter ingebracht wordt. Onder echogeleide wordt gekeken om de tip van de catheter precies te plaatsen, zodat de catheter op de juiste plaats zal werken. Hierna wordt er een mengeling van koud vocht met locaal verdovingsmiddel ingespoten, dit om postoperatieve pijn te vermijden en om de omliggende weefsels te beschermen van de warmte van de catheter. Hierna wordt de catheter afgevuurd om de ader dicht te maken tot aan de oorsprong in de lies.
Na de behandeling van de oorzaak gaan we over tot de behandeling van de zichtbare adertjes/knobbeltjes. Deze worden met mini flebectomiën verwijderd (zie klassieke behandeling). Helaas kunnen deze knobbeltjes niet met de laser of radiofrequente ablatio verwijderd worden. Foamsclerose kan soms wel, maar in wetenschappelijke studies is gebleken dat het risico op herval van spataders dan groter wordt. Dus om deze reden worden de adertjes met de flebectomien verwijderd. Na deze behandeling worden steri-strips op de prikgaatjes gelegd en worden er hierover pleisters geplaatst. Hierover worden dan steunkousen gebracht.
Eventuele blauwe fijne adertjes (spider adertjes) worden in 2e tijd behandeld met sclerotherapie (spuitjes), dus niet tijdens de spataderoperatie.